opduiken

/ˈɔbdœykə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) weer aan het oppervlak zichtbaar worden na ondergedoken geweest te zijn
    De pinguïn dook weer op met een visje in zijn bek.
  2. ov (ov) door duiken iets uit de diepte naar boven halen
    Zij doken een Griekse amfoor op tijdens hun vakantie aan de Egeïsche kust.
  3. plotseling weer zichtbaar worden
    Ik zei er niets van, maar ik was er toch veel mee bezig, vooral als bekenden opeens helemaal uitgerust voor me opdoken en deden alsof er niks aan de hand was.
    Het is niet de eerste keer dat de slak in Florida opduikt. In 1966 werd de reusachtige Afrikaanse landslak gespot in het centrum van Miami. In 1973 zijn er ruim 18.000 slakken gevonden en vernietigd, samen met duizenden eieren, en in 1975 werd de slak uitgeroeid verklaard.

Vertalingen

Spaansemerger