opdrachtgeefster

vrouwelijk (de)/ˈɔbdrɑxtˌxefstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon (persoon) vrouw die opdrachten geeft; vrouw die een bestelling doet
    Sophie hoort hoe Rosentreter zijn opdrachtgeefster een paar kalmerende woorden toefluistert.

Etymologie

*afleiding van opdrachtgever