opdeciemen

meervoud/ˈɔbdeˌsimə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) (België) aantal tienden waarmee een aan de staat te betalen bedrag wordt verhoogdHet gaat rekenkundig dus om een verhoging met een tien keer zo groot percentage.
  2. verhoging van boetes vanwege de geldontwaarding sinds de wettelijke vaststelling van dat bedrag
    Ingevolge de Wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro moeten de bedragen van de geldboeten in het Strafwetboek vanaf 1 januari 2002 gelezen worden als bedragen in euro. Deze bedragen worden echter niet langer vermenigvuldigd met 200 (1990 opdeciemen), maar met 5 (40 opdeciemen). Een geldboete van 100 frank wordt dus vanaf 1 januari 2002 gelezen als een geldboete van € 100 x 5 = € 500 (in plaats van 100 frank x 200 = 20.000 frank).
  3. verhoging van een bepaalde belasting voor een bepaald doel
    De "totale ontvangsten" omvatten alle ontvangsten geïnd door de federale overheid, met uitzondering van de opcentiemen en opdeciemen geïnd voor rekening van de lagere overheden (provincies en gemeenten).

Etymologie

*, leenvertaling van "décimes additionnels", gevormd uit "op" "erboven", "décime" "tiende" met de meervoudsuitgang -en