opbreken
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) de tenten afbreken en optrekkenZij braken op van den berg Hor.Num 33:41
- (ov) een weg ~: de grond openen voor werkzaamhedenJe zult een blokje om moeten, want ze hebben onze straat opgebroken.
- (onpr) duur te staan komenHet zal hem nog opbreken dat hij daar geen aandacht aan geschonken heeft.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Vertalingen
Duitsaufbrechen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek