ootje

onzijdig (het)/ˈocə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) het cijfer nul
  2. spel (spel) kringetje dat bij bepaalde kinderspelen om iemand heen gemaakt wordt
zelfstandig naamwoord
  1. persoon, familie, informeel (persoon), (familie), (informeel) grootmoeder, oma
  2. persoon, informeel (persoon), (informeel) oude vrouw

Etymologie

[A] ootje

Uitdrukkingen

  • Een ootje in het cijfer zijnErgens niets in te brengen hebben
  • Iemand in het ootje nemenEen (flauwe) grap met iemand uithalen
  • Het ootje hebbenMenstrueren