oost-nederland

onzijdig (het)/ostˈnedərˌlɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. benaming voor een groot deel van Nederland ten noorden van de grote rivieren en westelijk van het IJsselmeer (in taalkundige beschouwingen vaak met uitzondering van het Friestalige gebied)
    In de Tachtigjarige Oorlog gold ze als een van de belangrijkste vestingen van Oost-Nederland en verwisselde ze regelmatig van bezetter.
    In Oost-Nederland tussen Rijn en Dollard vinden wij de eerste belangstelling voor het eigen dialect bij enkele geleerden uit de zeventiende eeuw.
  2. benaming voor een landsdeel dat bestaat uit de Nederlandse provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland, vooral gebruikt in statistische publicaties
  3. benaming voor een werkgebied dat bestaat uit de Nederlandse provincies Gelderland en Overijssel of een delen van beide provincies
    Oost NL is de ontwikkelingsmaatschappij van Oost-Nederland. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de provincies Overijssel en Gelderland versterken wij de regionale economie.
    Rijkswaterstaat Oost-Nederland verzorgt onderhoud, beheer en aanleg van (snel)wegen en hoofdvaarwegen in Overijssel en Gelderland.

Etymologie

*, geschreven met een koppelteken volgens en met hoofdletters volgens onder (3)