ooruil

mannelijk (de)/ˈorœyl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bepaald soort vogel met lange oorpluimen en ronde ogen die recht naar voren staan,
    Op de zolder die hij via een geheimzinnig luikje ontdekt, treft hij zowel een vertroostende ooruil als een geheimzinnig schilderij met de titel ”De moord op Commendatore” aan.