oorheelkunde

mannelijk (de)/ˈorhelkʏndə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) subspecialisme dat zich bezighoudt met de anatomie, fysiologie, ziekten en behandeling van het oor, evenals het gehoor en het evenwichtsorgaan
    Dit was allerminst verstandig van haar, maar een meisje dat zelfs nog niet kan lezen heeft een heel klein verstandje, in ieder geval te klein om ermee op te kunnen tegen het onverstand van een arts, die behalve zijn geboortebewijs nog het nodige over oorheelkunde gelezen heeft.