oorgetuige

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) iemand die een getuigenis aflegt van iets wat hij/zij gehoord heeft (bijv. een gesprek)

Etymologie

* In de betekenis van ‘iemand die bij een gesprek aanwezig is’ voor het eerst aangetroffen in 1965