oordop
mannelijk (de)/ˈordɔp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- plug in of schelp om het oor die het gehoor beschermt tegen lawaaiJongeren kopen steeds vaker oordopjes tegen harde muziek [http://www.nu.nl/gezondheid/4103002/jongeren-kopen-steeds-vaker-oordopjes-harde-muziek-.html www.nu.nl]Met een ibuprofen en oordoppen in kroop ik als een rups diep in elkaar.
Vertalingen
Spaanstapón para los oídos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek