oogvlies

onzijdig (het)/ˈoɣvlis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) een van de vliezen van het oog die in of om het oog zitten
    Verderop komen we langs de Bloemenmarkt en lopen we via de Leidsestraat het Leidseplein op. Nog altijd staan de huldigingen van Ajax en het Nederlands Efltal op het bordes van de Stadsschouwburg op het oogvlies gebrand.de Telegraaf P. Speijer 8 februari 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1136772/loop-naar-de-rai Loop naar de RAI!]
    In een recent uitgebrachte brochure over bruiningsapparatuur legt de stichting uit dat zonnebrand, huidveroudering, huidkanker en ontsteking aan het buitenste oogvlies het mogelijk lot van de ongeremde bruiner zullen zijn.Volkskrant M. van den Eerenbeemt 16 januari 1995, [https://www.volkskrant.nl/archief/thuisbruinen-is-ook-ontspannen~a405186/ Thuisbruinen is ook ontspannen]