oogsttijd
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de tijd waarin men kan oogstenVolgens de staatssecretaris staan de Nederlandse exporteurs voor een gesloten Duitsland. „Het is daarom een extreme situatie”, zo stelde Bleeker. „Het is oogsttijd en het gaat hier om producten die je niet kan bewaren en later op de markt brengen”. NRC 31 mei 2011
- de tijd dat men de resultaten van zijn werk kan zienBarack Obama is deze maand gasthoofdredacteur van techtijdschrift Wired. Hoewel het ‘oogsttijd’ is, biedt het geen terugblik op zijn presidentschap, maar inspirerende vergezichten. Eva de Valk 18 oktober 2016 NRC
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek