oogster
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets of iemand die iets oogstRogers en co. gebruikten loodzirconaat-titanaat voor hun pacemaker. Met elektrodes, elektronica, verbindingen naar buiten en afdichtingslagen komen ze aan een ’mechanische-energie-oogster’ van zeven lagen dik, die toch nog soepel genoeg moet zijn om mee te buigen met een bewegend orgaan.
Etymologie
* oogsten
Vertalingen
Engelsharvester
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek