oogster

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets of iemand die iets oogst
    Rogers en co. gebruikten loodzirconaat-titanaat voor hun pacemaker. Met elektrodes, elektronica, verbindingen naar buiten en afdichtingslagen komen ze aan een ’mechanische-energie-oogster’ van zeven lagen dik, die toch nog soepel genoeg moet zijn om mee te buigen met een bewegend orgaan.

Etymologie

* oogsten

Vertalingen

Engelsharvester