oogklep

mannelijk/vrouwelijk (de)/'oxklɛp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderdeel van het paardenhoofdstel waardoor een paard alleen maar naar voren kan kijken
    Strooper gaf aan verzorger Stef van der Weide (20) opdracht een oogklepje te monteren aan het hoofdstel van Campo. Om het einde van de bocht te kunnen blijven zien, moet Campo dankzij het kleinood zijn hals met de bocht meebewegen. Volkskrant Anne de Lange 20 oktober 2003
  2. een lapje dat voor een beschadigd oog gedragen kan worden
    De artsen slaagden er na veel moeite in om het leven van de matador te redden. Padilla kondigde nog in het ziekenhuis aan dat hij opnieuw de arena zou instappen. In Olivenza trad hij met een zwarte oogklep aan. de Standaard 05/03/2012 door mtm

Uitdrukkingen

  • oogkleppen op hebbenbepaalde zaken niet willen zien, een tunnelvisie hebben

Vertalingen

Engelseye pad