oogbal

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) het gehele oog dus niet alleen maar het deel dat van buitenaf zichtbaar is
    Dit is het dus. Ik staar in de ogen van een soort Gandalf. Die zijn lange wit-grijze haren onder een te hip honkbalpetje heeft gestoken en een T-shirt draagt met daarop een enorme, bloeddoorlopen oogbal. Onder zijn wijde spijkerbroek blinken zilveren glittergympen. NRC Frank Provoost 14 december 2016