onzuiverheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iets vervuild is
- de mate waarin iemands motieven en handelingen moreel verwerpelijk zijn
- de mate waarin iets slordig is
- iets dat vuil en smerig is
Etymologie
* afleiding van onzuiver
Vertalingen
Engelsimpurity, imperfection, inaccuracy
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek