onzes

/ˈɔnzəs/

Betekenis

voornaamwoord
  1. verouderd (verouderd) van wij en we
    Wij volgen iemand gemakkelijkst na, wanneer hij onzes gelijke is.
    O Galate, weest geluckigh, en onzes gedachtigh
voornaamwoord
  1. verouderd (verouderd) (m) (van) ons
    Enkele jaren geleden moesten wij sluipend onzes weegs gaan.
    Jakob heeft genomen alles, wat onzes vaders was, en van hetgeen, dat onzes vaders was, heeft hij al deze heerlijkheid gemaakt.
  2. verouderd (verouderd) (n) (van) ons
    Zeven dagen achter elkaar werken in de hitte en in het zweet onzes aanschijns, heeft zijn sporen achtergelaten, nog afgezien van het feestje de voorafgaande nacht.

Etymologie

*oude naamvalsvorm[https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/ontferm-u-onzer "Ontferm u onzer" (2 augustus 2011) op website: OnzeTaal.nl]; geraadpleegd 2016-08-28; op te vatten als ons

Uitdrukkingen

  • [1] jaar onzes Heeren
  • [1] onzes ondanks
  • [1] onzes weegs
  • [2] in het zweet onzes aanschijns
  • [2] onzes inziens