onzelfzuchtigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iemand zijn eigen belangen opzij kan zettenFreya's lippen trilden een beetje en ik was diep getroffen, zoals altijd, door deze tekenen van haar onzelfzuchtigheid.
- een handeling, een gewoonte of de bereidheid om iets bij te dragen zonder er zelf baat bij te hebben
Etymologie
*afleiding van onzelfzuchtig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek