onweer
onzijdig (het)/ɔnʋɪːr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) meteorologisch verschijnsel waarbij regen gepaard gaat met donder en bliksemHet onweer hangt hier nu al een uur, en het blijft maar bliksemen.De hele dag was het vriendelijk en rustig weer geweest, maar nu kwam er vanaf de andere kant van de berg een zwaar onweer op me af dat om de paar seconden fel oplichtte."Wij stonden voor het raam naar het onweer te kijken en we zien de boom heen en weer gaan", zegt ze tegen Omroep Brabant. Opeens kwam de lindeboom haar kant op. "Het leek wel slowmotion. We zijn snel naar de achterkant van het huis gelopen, want je weet niet hoe ver hij komt als hij op het huis valt. Het was heel heftig."
werkwoord
- gebiedende wijs van onweren
Etymologie
*Afleiding van weer , de betekenis is enigszins ondoorzichtig
Vertalingen
Engelsthunderstorm
Fransorage
DuitsGewitter
Italiaanstemporale
Russischгроза
Chinees雷暴
Japans雷雨
Poolsburza
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek