onwaardigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gedrag dat geen respect verdient
    Vronski besefte de grootheid van de ander en zijn eigen onwaardigheid, diens recht en zijn eigen rechteloosheid.
    Onwaardigheid bestrijden zonder zelf je waardigheid te verliezen' De toespraak van Eberhard van der Laan tijdens de Holocaust-herdenking, werd beantwoord met een applaus. De burgemeester van Amsterdam maakte deze week bekend dat hij ernstig ziek is.
  2. gedrag waardoor men het recht op een erfenis verliest

Etymologie

* afleiding van onwaardig

Vertalingen

Engelsdebarment from succession, disqualification by conduct