onvriendelijkheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iemand onaardig is
    En zijn onvriendelijkheid, zijn hardheid, zijn zwelgen in die zogenaamde rechtvaardigheid die alleen maar ellende voor anderen tot gevolg heeft, is een grotere zonde dan die welke Daisy op het kerkhof heeft begaan.
  2. een vijandige handeling

Etymologie

* afleiding van onvriendelijk