onvriendelijkheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iemand onaardig isEn zijn onvriendelijkheid, zijn hardheid, zijn zwelgen in die zogenaamde rechtvaardigheid die alleen maar ellende voor anderen tot gevolg heeft, is een grotere zonde dan die welke Daisy op het kerkhof heeft begaan.
- een vijandige handeling
Etymologie
* afleiding van onvriendelijk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek