onverzadigbaarheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin men nooit genoeg (voedsel) heeft; de mate waarin men steeds meer (voedsel) wilOranje laafde zich aan Oranje, maar het gegil duidde op onverzadigbaarheid.
- iets dat getuigt van een onstilbare honger; iets wat getuigd van een onstilbare hebzucht
Etymologie
* afleiding van onverzadigbaar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek