onverbiddelijkheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iemand niet geneigd is om zich door smeekbeden tot andere handelwijze te laten bewegen
    Er kwam iets over me, een gevoel van dood, onverbiddelijkheid.
    Gotlieb noteert ook dat zijn collega's schrikken van de onverbiddelijkheid waarmee Langejan een streep zet door een weloverwogen beleidsstuk.
  2. iets dat getuigt van een onverbiddelijke houding

Etymologie

* afleiding van onverbiddelijk

Vertalingen

Engelsseverity, unreasonable severity, strictness