onverbiddelijkheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iemand niet geneigd is om zich door smeekbeden tot andere handelwijze te laten bewegenEr kwam iets over me, een gevoel van dood, onverbiddelijkheid.Gotlieb noteert ook dat zijn collega's schrikken van de onverbiddelijkheid waarmee Langejan een streep zet door een weloverwogen beleidsstuk.
- iets dat getuigt van een onverbiddelijke houding
Etymologie
* afleiding van onverbiddelijk
Vertalingen
Engelsseverity, unreasonable severity, strictness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek