ontzeggen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iemand iets ~: een toelating weigeren of intrekken
    Sinds 2009 is het mogelijk om daders van huiselijk geweld tien dagen de toegang tot hun woning te ontzeggen.
  2. refl (refl) zich ~ afzien van het genot of gebruik van iets
    Het zich ontzeggen van plezier vond hij juist een grote zonde.

Etymologie

*Afgeleid van zeggen

Vertalingen

Engelsdeny, refuse, deny
Spaansrechazar, negar, abstenerse