ontwijken
/ɔntˈwɛikə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) ontsnappen uit een insluitingEr is veel lucht uit de band ontweken.
- (ov) trachten contact te vermijdenHij had hem enige tijd weten te ontwijken, maar liep nu tegen de lamp.Ik kon het niet langer uitstellen of ontwijken, deze nacht zou ik eraan moeten geloven.
Etymologie
*Afgeleid van wijken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek