ontvoering

vrouwelijk (de)/ɔntˈfurɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het, tegen iemands zin, wederrechtelijk verplaatsen van een persoon
    De term "ontvoering" wordt in het algemeen gebruikt wanneer de ontvoerder iemand onttrekt aan zijn vertrouwde milieu en wegvoert naar een onbekende plaats.

Etymologie

* van ontvoeren

Vertalingen

Engelskidnapping, abduction
Fransenlèvement, kidnapping
DuitsEntführung, Menschenraub, Kinderraub
Spaanssecuestro, rapto
Italiaanssequestro
Russischпохищение
Japans誘拐
Arabischخطف
Poolsporwanie
Zweedskidnappning