ontvluchten
/ɔntˈflʏxtə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) door te vluchten aan iets ontkomenHij was de grote drukte net op tijd ontvlucht.
- tweede betekenisomschrijvingZin met het ontvluchten in de tweede betekenis erin.
- enz.
Etymologie
*Afgeleid van vluchten
Vertalingen
Engelsescape
Spaansescaparse, huir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek