ontslag

onzijdig (het)/ɔnt'slɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verbreken van het dienstverband met een werknemer
    Bij deze reorganisatie kregen een groot aantal werknemers hun ontslag.
  2. Beëindiging van een ziekenhuisopname
    Na ontslag uit het ziekenhuis moet de patiënt vaak nog thuis rust nemen.
  3. ontheffing van verplichting

Etymologie

* van ontslaan.

Vertalingen

Engelsdismissal, firing, sacking
Franslicenciement
DuitsEntlassung, Kündigung, Entlassung
Spaansdespedida, despido, destitución