ontroering

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gevoelens van medeleven
    De ontroering werd hem teveel en hij moest even naar buiten om op adem te komen.
    Tot mijn verrassing en ontroering hadden ze een verjaardagstaart voor me gemaakt van een oude resupplydoos met 44 kaarsjes erop.

Etymologie

* van ontroeren