ontoereikendheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iemand niet genoeg doet de mate waarin iemand in gebreke blijftABN Amro laat weten dat het de eigen ontoereikendheid betreurt. De bank zegt inmiddels maatregelen te hebben genomen om dit in de toekomst te voorkomen.Alsof ik een glimp van iets moois had gezien maar er niet bij kon komen, en dat ik alleen mijn eigen ontoereikendheid daarvan de schuld kon geven
Etymologie
* afleiding van ontoereikend
Vertalingen
Engelslack, insufficiency, shortcoming
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek