ontmaskering

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. moment dat de (beschamende) waarheid waarheid onthuld wordt; bewijs dat er bedrog is gepleegd
    Liefdesverklaringen, bekentenissen, verwijten, complimenten, beledigingen, ontmaskeringen - alles liever per brief dan oog in oog.
    Ook in 1996 was Saint-Émilion het eindpunt van de laatste tijdrit in de Tour. Het was de Tour van Bjarne Riis en de ontmaskering van vijfvoudig winnaar Miguel Indurain.

Etymologie

* van ontmaskeren