ontevredenheid

vrouwelijk (de)/ɔntəˈvredənɦɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het gevoel niet genoeg te hebben en onvoldaan te zijn
    Vol ontevredenheid zat hij te mokken.

Etymologie

*Afgeleid van ontevreden .

Vertalingen

Engelsdissatisfaction
DuitsUnzufriedenheit