onraad

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dreigend gevaar
    Het was zo'n onschuldige opmerking dat van iedereen in de kamer alleen Oscar en Ingeborg onraad vermoedden en elkaar snel een waarschuwende blik toewierpen.

Etymologie

*antoniem van raad

Vertalingen

Engelsalarm, danger, peril
Spaansalarma, peligro