onpasselijkheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vorm van misselijkheid en onwelbevindenDe heftigste zeeziekte was voorbij. Ik voelde niets meer, los van een heel klein beetje onpasselijkheid, die ik verwelkomde want die was zo vertrouwd inmiddels en zoveel aangenamer dan de hel van de uren ervoor.Vooral mensen die moeilijk kunnen omgaan met onzekerheid, zijn erg vatbaar voor cyberchondrie. Als je ‘buikpijn’ op een zoekmachine intikt, kom je al snel uit bij gezondheidsportalen waarop meestal een overgevoeligheid voor lactose, fructose, gluten, histamine of een andere stof als verklaring voor je onpasselijkheid wordt aangedragen.
Etymologie
* afleiding van onpasselijk
Vertalingen
Engelsnausea, sickness
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek