onopvallendheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iets of niemand geen aandacht weet te trekkenUitgekozen om zijn onopvallendheid wist kolonel Larrey inderdaad zonder opzien te baren naar Frankrijk te reizenHet is weer eens wat anders. Waar de meeste betonmixers in Nederland opvallen door hun onopvallendheid, komt een bedrijf in Creil (NOP) met een betonmixer in Delfts blauw. Het gaat om werk van de Amsterdamse kunstenaar Hugo Kaagman.
Etymologie
* afleiding van onopvallend
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek