onomatopee

vrouwelijk (de)/ˌonomatoˈpe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een door klanknabootsing gevormd woord
    Koekoek is een onomatopee.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘klanknabootsend woord’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824

Vertalingen

Engelsonomatopoeia
Fransonomatopée
DuitsOnomatopoese
Spaansonomatopeya