onmacht

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het niet kunnen doen wat je graag wilt of nodig hebt
    Zij schreeuwde uit woede en onmacht.
    Trump is uit ander hout gesneden – eerder dat van keizer Nero. Zijn corruptie komt niet voort uit onmacht (Harding) of politieke paranoia (Nixon), het is een geloofsartikel. Trump maakt van het presidentschap zijn bezit, een merk – het ideale verdienmodel. [https://www.nrc.nl/nieuws/2025/03/13/donald-trump-is-niet-gek-hij-is-corrupt-a4886205 www.nrc.nl (13 mrt 2025)]

Etymologie

*antoniem van macht

Vertalingen

Engelspowerlessness
Fransimpuissance
DuitsOhnmacht
Spaansimpotencia