onkruid

onzijdig (het)/ˈɔŋkrœyt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. planten die voorkomen op plekken waar ze niet gewenst zijn
    Je moet het onkruid even weghalen.
    Je ziet ook hoe het leven langzaam uit de Route is weggetrokken. De romantiek van het verval is overvloedig aanwezig. Verlaten, met gras en onkruid overwoekerde tankstations.

Etymologie

*Afgeleid van kruid

Uitdrukkingen

  • Onkruid vergaat niet.De nuttelozen of onwaardigen blijven het langst leven.
  • Wie zijn eigen tuintje wiedt, ziet het onkruid van een ander niet.Een aansporing om zich kritisch op te stellen ten opzichte van zichzelf en niet ten opzichte van anderen.

Vertalingen

Engelsweed
Fransmauvaise herbe
DuitsUnkraut
Spaansmala hierba
Italiaanserbacce
Poolschwast
Zweedsogräs
Deensukrudt