ongemakkelijkheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het niet heel makkelijk of comfortabel aanvoelen in de menselijke omgang
    Uiteindelijk is het ook veel oefenen. "Denk niet, 'mijn chef heeft mijn verzoek afgewezen, zie je wel, ik moet het maar niet doen'. Je bent die ongemakkelijkheid niet gewend, maar probeer er toch mee om te gaan. En het ongemak went ook steeds meer."
  2. iets oncomfortabels, iets gênants

Etymologie

* afleiding van ongemakkelijk