ongeluksdag
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dag die veel pech, ongeluk e.d. brengtLevin schoot weer, maar het was een ongeluksdag.
- een dag waarop men op basis van bijgeloof vreest dat allerlei onheil zal geschiedenOok voor wie niet erg bijgelovig is, is vrijdag de 13e misschien een dag waarop je liever niet in het vliegtuig stapt. Vliegticketwebsite Tix.nl weet zeker dat er mensen zijn die op die zogenaamde ongeluksdag hun reis liever uitstellen. De organisatie zegt in een persbericht een daling in het aantal verkochte tickets te zien van 5,5% in vergelijking met het vrijdagse gemiddelde."Het is vrijdag de dertiende, en dat leek me een goed moment om Rusland te bezoeken", opende Blok zijn verklaring. "Sommigen beschouwen dat als een ongeluksdag, maar meneer Lavrov lijkt me geen bijgelovig man. En dat ben ik ook niet."
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek