ongelovige thomas
mannelijk (de)/ˌɔŋɣəˈlovəxə ˈtomɑs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) iemand die niet wil geloven waarvan anderen overtuigd zijnUiteraard telt het dorp ten minste één ongelovige thomas die het hele schouwspel maar verdacht vindt: ‘Alleen God kan wonderen doen!’
Etymologie
*, geschreven met een kleine letter volgens , omdat het soortnaam is; een (eponiem) dat verwijst naar de apostel die volgens het Bijbelverhaal in [https://www.statenvertaling.net/bijbel/joha/20.html Johannes 20:25-29] tastbaar bewijs verlangde voordat hij wilde geloven dat Jezus uit de dood was opgestaan
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek