ongehoorzaamheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het niet opvolgen van opgelegde regels; het niet opvolgen van bevelenOnze complete misdadigheid beperkte zich tot onwettig affiches ophangen, demonstreren zonder politietoestemming, ongehoorzaamheid ten opzichte van de politie, scheldwoorden ((belediging') gericht tegen dezelfde politie gepaard aan gewelddadig verzet wanneer de agenten optraden tegen de scheldwoorden.
Etymologie
*Afgeleid van ongehoorzaam .
Vertalingen
DuitsUngehorsam
Spaansdesobediencia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek