ongedocumenteerde

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌɔŋɣəˌdokymɛnˈterdə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eufemisme (eufemisme) vreemdeling zonder een geldige verblijfsvergunning, uitgeprocedeerde asielzoeker
    Ongedocumenteerden zijn uitgesloten van sociale voorzieningen, maar onder meer kerkelijke organisaties en vrijwilligersgroepen, zoals van artsen, geven vaak hulp.
    De Verdonkjaren waren het ergst. Hij kent genoeg illegale brothers en sisters, zelf spreekt pastor Marfo liever over ongedocumenteerden, die in die tijd zelfs geen boodschappen durfden doen. Zijn hele huis zat vol bange mensen zonder papieren.

Etymologie

#(eufemisme) (van personen) zijnde illegaal, zonder geldige "verblijfsvergunning"