oneliner
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een kernachtige, meestal geestige uitspraak die niet langer is dan één zinLanda en Johannes onderzoeken wel ‘het Kwade’, dat natuurlijk verschillende gezichten heeft; zo voelt Johannes liefde voor een verslaafde vrouw die leeft in een crimineel milieu en flirt Landa met de leider van de Volkspartij die alleen maar populistische oneliners en seksistische grapjes te berde brengt (waarbij het de vraag is of iedere rechtse politicus zo aan het clichébeeld moet voldoen). de Standaard VRIJDAG 8 SEPTEMBER 2017De definitie van het vaderlandse vermaak volgens cabarethistoricus Wim Ibo - ‘professionele literair-muzikale theaterkleinkunst in een intieme omgeving voor een intelligent publiek’ - was bepaald niet besteed aan de twee voormalige studenten. Of, om een befaamde oneliner uit de Neerlands Hoop-tijd te citeren: ‘Dat zullen we nog wel eens even zien…’ Tubantia Arno Gelder 05-08-2017
Etymologie
*samenstelling uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek