ondoordringbaarheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de onmogelijkheid om ergens binnen te dringen
- de onmogelijkheid om iemand naar je te laten luisteren
Etymologie
* afleiding van ondoordringbaar
Vertalingen
Engelsimpermeability, impenetrability
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek