onderscheiden

/ˌɔndərˈsxɛidə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een verschil in aanmerking nemen
    In de wet werden drie gevallen onderscheiden.
  2. een verschil waarnemen
    Geur is kennelijk een belangrijk overlevingszintuig en ik kon van verre al onderscheiden van welke dieren de uitwerpselen waren die ergens lagen.
  3. ov (ov) iemands bijzonder gedrag erkennen, bijvoorbeeld middels een medaille
    Hij werd met een ridderorde onderscheiden.
  4. onderkennen
  5. refl (refl) zich ~: door eigen toedoen opvallen

Vertalingen

Engelsdistinguish, discern, decorate
Fransdistinguer, décorer
Duitsunterscheiden, auszeichnen, sich unterscheiden
Spaansdiscernir, distinguir, condecorar