onderkruiper
mannelijk (de)/ˈɔndərˌkrœypər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheldwoord) iemand die zich overdreven slaafs opstelt (bijv. een werkwillige bij stakingen)
- (scheldwoord) iemand die klein van stuk is
Etymologie
* van onderkruipen
Vertalingen
Spaansesquirol, esquirolla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek