onderhoudsboek

onzijdig (het)/ˈɔndərhɑutsˌbuk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tekst, meestal in de vorm van een bundel gebonden vellen papier, waarin noodzakelijke of gewenste handelingen worden beschreven om een bepaald toestel of constructie in goede staat te houdenDit kan een handleiding van de producent zijn, het kan ook een overzicht zijn dat gebruikers bijhouden voor de personen die die handelingen moeten verrichten.
    Elke dag schreven we in het onderhoudsboek wat er gebeuren moest, bijvoorbeeld lampen die moesten worden vervangen, toiletten die verstopt waren, kapotte stoelen en dergelijke, en dan regelde Harry dat.
  2. registratie, meestal in de vorm van een bundel gebonden vellen papier, waarin wordt bijgehouden welke handelingen er zijn verricht om een bepaald toestel of constructie in goede staat te houdenHierbij wordt een omschrijving van de handeling en de datum vermeldt, vaak aangevuld met de persoon die de handeling verricht heeft en de kosten die ermee gemoeid waren. Deze registratie kan bedoeld zijn als informatie over de onderhoudstoestand, als bewijs in verband met juridische aanspraken of als onderdeel van de boekhouding.
    Van het onderhoud moet een administratie worden bijgehouden. Met het onderhoudsboek (artikel 7.5, lid 4) kan de werkgever, in geval van een calamiteit, aantonen aan de toezichthouder – de Inspectie SZW – dat voldoende onderhoud is gepleegd.
    {{ouds
  3. boekhouding (boekhouding) administratie van onderhoudskosten, zodat die afzonderlijk kunnen worden verantwoord of doorberekend
    {{ouds