onderhouden

/ˌɔndərˈhɑudə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. zorgen dat iets in goede staat blijft, van zaken
    Ik onderhoud mijn auto goed.
    Ja, het is hard werken en zeker niet makkelijk, maar de trail is goed onderhouden en nooit te steil.
  2. zorgen dat iets in goede staat blijft, met betrekking tot contact, relaties
    De politieagent onderhield nauwe contacten met criminelen.
    Hij is met hem altijd een innige vriendschap blijven onderhouden.
    Hij onderhield geen contact meer met zijn kinderen.
  3. zich ~ met: een gesprek houden met iemand
    Ik onderhield me met mijn tafelgenoot.
    Gisteren hebben ze me onderhouden over het geslachtsleven van tropische insecten.[http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/644831/2005/06/17/Ik-denk-nog-vaak-aan-de-duim-van-Ramsberg.dhtml Volkskrant 17/06/2005]
    Ik onderhoud me graag met mensen uit alle mogelijke culturen.
werkwoord
  1. ov (ov) beneden een wateroppervlak of waterstroom houden
    Je moet zo'n vieze pan gewoon wat langer onderhouden in het sop.
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) in een mindere positie dwingen
    De tegenstander werd er maar nipt ondergehouden.
  3. ov (ov) beneden de zolen bevestigd laten
    Hij bleef na de tocht zijn schaatsen nog even onderhouden.

Etymologie

*[B] van Middelnederlands """, op te vatten als

Vertalingen

Engelsmaintain
Fransentretenir
Duitsernähren, unterhalten, plaudern
Spaansmantener
Deenshyggesnakke, sludre, småsnakke