woorden
boek
Start
›
O
›
onbegrensdheid
onbegrensdheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het zonder enige beperking zijn
iets dat geen einde kent
Etymologie
* afleiding van onbegrensd
Synoniemen
onbepaaldheid
onmetelijkheid
oneindigheid
onbeperktheid
infiniteit
eindeloosheid
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← onbegrensder
onbegrepen →